Goed bezig, Sigi!


Flaptekst

Recensie

Fragment
Goed bezig, Sigi!

Mijn moeder zat achter de computer en ze zocht iets op het internet.

Ik herhaal:

Mijn moeder zat achter de computer en ze zocht iets op het internet.

Het was 26 september en het was precies zes over half twaalf. Wij (mijn debiele broertje Wieland en ikzelf) keken ademloos toe. Dit was een historisch moment.

‘En sta daar niet te grinniken achter mijn rug, ik kan dat net zo goed als iemand anders! Ik ben een vrouw van deze tijd!’

Maar wij grinnikten niet, wat had je gedacht. Wij gaven geen kik. Mijn moeder zat achter de computer en ze zocht iets op het internet. Wij wilden geen seconde missen van deze unieke gebeurtenis.

Oké, hier past een woordje uitleg. Inmiddels weten jullie dat mijn moeder tamelijk weird is. Maar wat jullie nog niet weten is dat mijn moeder extreem weird is als het over computers en technologie gaat. Tot voor kort dacht ze dat een printer de man was die boekdrukkunst had uitgevonden en dat een inktpatroon iets was om in een revolver te stoppen. (Kregen we dus nooit, want mevrouw is tegen wapens!) Ze denkt ook nog altijd dat haar hoge telefoonrekening te maken heeft met onze ps2, want ze weigert te geloven dat onze Playstation niet via de telefoonlijn gaat. En ze zegt nog altijd ‘Dank u’ tegen de betaalautomaat, want ze denkt dat er een mannetje achter de muur zit die haar die biljetten toestopt. Mijn moeder en de moderne wereld: het blijft een gespannen relatie.

Maar ze probeert wel, dat moet ik haar nageven. Ze blijft proberen.

Zoals nu, op die 26e september. Mijn moeder tikte: ‘Beste meneer Goegel, mag ik u een vraag stellen?...’

Toen tikte ze haar vraag en vervolgens tikte ze ‘enter’. Ik bedoel dat ze echt ‘enter’ tikte. E.N.T.E.R. Met letters dus.

‘E.N.T.E.R…!’ spelde ze hardop, met een triomfantelijk knikje in onze richting. ‘Enter!’ Zie je wel? Zij wist best wat ‘enter’ betekende! Ha! Alsof zij niets van computers afwist! Ze wist zelfs wie die meneer Goegel was!

Wij gaven nog steeds geen kik. De tijd verstreek.

Tiens, waarom antwoordt die nu niet?’ mompelde ze na een minuut of tien.

‘Mam, ik denk dat…’

‘Sst!’

‘Mam, ik denk echt dat…’

‘Sst, zeg ik! Geef die man nu toch eens de tijd om na te denken! Jullie zijn altijd zo ongeduldig!’

Maar toen er om zeventien over twaalf nog altijd geen antwoord van meneer Goegel was gekomen, slaagden we er toch in om haar te vertellen dat Google geen meneer was maar een zoekmachine, en dat ze sleutelwoorden in het zoekvenster moest typen.

‘Zoekmachine? Sleutelwoord? Zoekvenster? Wat is dat nu weer voor iets?!’

‘Echt waar mam, geloof ons…’

Omstreeks kwart voor een was ze min of meer overtuigd.

‘Een sleutelwoord hè? En een zoekopdracht? En die moet ik zo nauwkeurig mogelijk omschrijven?’ Wij knikten uit alle macht. Wantrouwig tikte ze in het zoekvenster: ‘Milieubewuste oplossing gezocht voor reparatie van afbladderende gevel van huis (plusminus 35 jaar oud) gelegen in dorpskern Wespelaar Vlaams-Brabant, getekend Sonja Bertels, ex Vandebeek.’

‘En nu enter, mam! Dat is die toets in de vorm van …’

‘Ik weet best wat enter is, Wieland!’

Na anderhalve seconde verscheen het antwoord: ‘Geen referenties gevonden. Verfijn uw zoekopdracht. Controleer op schrijffouten.’

Met een ruk boog mijn moeder zich voorover, met haar neus haast tegen het scherm.

‘Hoezo, verfijn?? Ben ik dan niet verfijnd genoeg misschien??’ gilde ze tegen de computer. ‘Ik schrijf toch precies wat ik zoek, jij stom stuk computergoegeldinges!! Ik zoek een milieubewuste oplossing voor de reparatie van mijn gevel en ik schrijf er zelfs bij hoe oud die is en waar hij gelegen is, jij achterlijk internetmormel!! Hoe kan ik in godsnaam mijn vraag nog meer verfijnen?? Moet ik er misschien bij vermelden hoeveel barsten er in die verdomde gevel zitten??’

‘Mam…’ zei Wieland aarzelend.

‘En schrijffouten? Wélke schrijffouten?? Ik heb van mijn leven nog geen enkele dt-fout gemaakt, jij mentaal gestoord elektronisch apparaat!!’

‘Mam…’ probeerde Wieland nog eens, terwijl hij zachtjes haar schouder aanraakte.

‘wat??!!’ gilde mijn moeder, en ze sprong op alsof ze door achttienduizend wespen gestoken was. Wieland deinsde zowat een meter achteruit en verstopte zich achter mijn been.

‘Spreek!!’ krijste ze tegen ons. ‘Zie ik er dan zo vreselijk uit, misschien??!!’

Haar ogen puilden uit en waren bloeddoorlopen, haar haren klitten als natte slangen rond haar hoofd, haar mond was een gapend gat vol witte haaientanden, en ze zwiepte met haar armen in het rond als een octopus met adhd.

Ik gaf nog steeds geen kik. Ik voelde hoe Wieland zich vastklampte aan mijn kuiten. Hij begon zachtjes te piepen.

Ze staarde ons een paar akelig lange seconden aan, draaide zich vervolgens weer naar het scherm en begon als een zotte pianist op het toetsenbord te rammen.

‘Ik wil een verdomde reparateur vinden voor die verdomde gevel van me en ik wil weten hoeveel me dat gaat kosten, dat is toch niet zo moeilijk!!’ sprak ze met opeengeklemde tanden. En toen veranderde ze van toon en ineens klonk haar stem honingzacht: ‘Komaan computertje, dat moet jij toch kunnen, jij met je internetje, jij met je goegeltje in je buik…’ (mijn moeder denkt nog altijd dat het internet en google enzo ergens in de computer zitten, ongeveer als schoenen in een schoendoos) ‘… jij met al je technologie en je elektronische breintje, komaan computertje, doe je best…’ En ze streelde het scherm!!!

Toen ze klaar was met typen haalde ze diep adem en drukte toen met uiterste zelfbeheersing en heel voorzichtig op enter. Wieland en ik hielden onze adem in. Na een paar seconden verscheen het antwoord op het scherm en nu ontplofte ze zowat.

‘WAT??? WAT??? Moet ik me wéér gaan verfijnen? Heb ik alwéér schrijffouten gemaakt? Kun je alwéér niet antwoorden op mijn verzoek, jij stuk elektronisch onbenul, jij digitaal misbaksel!?? Hier dan, je hebt het zelf gewild!’

Ik sloot mijn ogen en trok mijn kop in, en ik voelde aan mijn kuiten dat Wieland hetzelfde deed.

Mijn moeder pakte het scherm vast, tilde het ding hoog boven haar hoofd en … zette het zachtjes weer neer.

Toen was het ineens stil. Behoedzaam opende ik mijn ogen. Zelfs mijn moeder was ineens stil.

Toen slaakte ze een luide zucht, pakte de telefoon en toetste driftig een nummer in.

‘Hallo? Met de Vlaamse ombudsdienst? U spreekt met Sonja Bertels, en ik heb een ernstige klacht in verband met het internet! En o ja, nu ik u toch aan de lijn heb: hebt u daar misschien iemand die iets weet over afbladderende gevels en hoe ik die op een milieubewuste manier kan laten herstellen? Mijn huis ligt in Wespelaar, dat is postnummer 3150, en dat ligt in Vlaams-Brabant en…’

Met een klap legde ze neer. Ik schraapte mijn keel.

‘Mam?’

‘Ja, zoon?’ zei ze, terwijl ze een lok haar uit haar ogen blies. Mijn moeder heeft nog heel veel haar voor iemand van haar leeftijd.

‘Wat zei hij?’

Haar stem klonk een beetje dromerig.

‘Er zijn nog 17 wachtenden voor u blijf aan de lijn wij danken u voor uw geduld. En toen was er muziek, ik geloof ‘Für Elise’ van Beethoven.’

Soms heb ik echt te doen met mijn moeder. Het moet hard zijn om te leven in een wereld waar je geen toegang toe hebt. Een beetje zoals een blinde in Disneyland. Of een dove op Rock Werchter.

‘Nu wil ik wel een glas wijn,’ zei mijn moeder.

‘Ik ook,’ zei Wieland, maar zo snel als de bliksem had hij een draai om zijn oren te pakken. Ik vind het heerlijk als mijn moeder af en toe zo lekker pedagogisch onverantwoord doet.