Sigi²


Flaptekst

Fragment
Sigi²

De schoolkrant


Nu het vaststaat dat ik over zo’n merkwaardig taalgevoel beschik, dacht ik, vind ik dat ik daar iets mee moet aanvangen.

‘Talent mag je niet begraven, je moet het als een zoeklicht over de wereld laten schijnen,’ zegt mijn moeder soms. Soms beschikt mijn moeder ook over een merkwaardig taalgevoel, denk ik dan. Soms.


En ik besloot om met een schoolkrant te beginnen.

Ik zou zelf hoofdredacteur en sterjournalist zijn. Iedereen met een merkwaardig taalgevoel was welkom als medewerker.

Ik zou bescheiden beginnen, zo nam ik mij voor, met een oplage van 400 exemplaren aan vijf euro het stuk. Ook JK Rowling was klein begonnen.

Met de opbrengst zou ik misschien wel een paar kerstcadeaus kunnen kopen, want mijn zakgeld was merkwaardig laag, de laatste tijd.



Cashflow


Een paar weken later begon onze schoolkrant vaste vorm aan te nemen. De redactie bestond voorlopig uit mijzelf (hoofdredacteur, verantwoordelijk uitgever en sterjournalist) en Deevid (redacteur, journalist, penningmeester en fundraising). Fundraising is een moeilijk woord voor geld inzamelen. Dat heeft Deevids vader mij verteld. Deevids vader is een kei in fundraising, want hij is iets belangrijks in een groot bedrijf en hij rijdt in een donkerrode Jaguar, dus hij kan het weten.

Op een keer ben ik bij Deevid thuis gaan logeren voor onze eerste redactievergadering en dat was echt totaal de max. Ze hebben een fitnesszaal in de kelder en zes (6!) breedbeeldtv’s! En Deevid heeft een Playstation II én een X-Box op zijn kamer. We hebben de meest coole spelletjes gespeeld, je hebt geen idee, hij heeft zelfs Carmageddon III! Achteraf was ik wel een beetje beschaamd, want ik ben nog altijd volledig tegen geweld en zo. Maar als je in zo’n Ferrari zit en je rijdt met 370 door de donkere straten van Chicago, en daar komt zo’n stomme voetganger oversteken, en dat bloed spat tegen je voorruit, jongens toch! Het zweet stond in mijn handen.

Rond half één ’s nachts zijn we dan toch beginnen vergaderen. Deevids vader kwam nog even aankloppen en hij heeft ons nog keiveel goede raad gegeven over onze cashflow en zo (cashflow betekent eigenlijk gewoon geld, maar geef toe, cashflow klinkt ongeveer 1000 keer cooler!). Hij zei ook dat we gratis kopieën op zijn bedrijf mochten maken. ‘Wauw, dank u wel, meneer Jaguar,’ stamelde ik. Dat er zulke goede mensen in die grote bedrijven rondlopen! Mijn moeder moest het horen! Zij zegt altijd dat de grote bedrijven uitzuigers of bloedzuigers zijn, en kapitalistische zwijnen (of zoiets), maar ik ben er zeker van dat zij nog nooit iemand als Deevids vader heeft ontmoet!

Eerlijk gezegd was Deevid geen spat waard als lid van de redactie, en zéker niet als journalist, want hij had absoluut geen merkwaardig taalgevoel én hij wilde met alle geweld een artikel in de krant over de nieuwe scooter XZTC (16 bladzijden foto’s van versnellingsbakken! Onderschriften vol dt-fouten! Kortom: een vreselijk onnozel artikel!). En mijn artikel over de betekenis van Gandhi voor de 21e eeuw (27 geniale bladzijden, met scherpe analyses over Bush en Saddam Hoessein en zo) vond hij geleuter! Toch heb ik beslist om Deevid in de redactie te houden, want:

a. Deevid bleef toch mijn beste vriend, en

b. we konden die gratis kopieën van zijn vader best gebruiken (zie cashflow).

Hoofdredacteur zijn is echt geen lachertje, je moet constant moeilijke beslissingen nemen!

In onze ideeënbus op de speelplaats was één artikel binnengebracht. Het was van een zekere Tatiana Vandenberghe en het ging over de klederdracht in Wit-Rusland door de eeuwen heen (13 bladzijden, met talloze illustraties). Ik kende die Tatiana wel. Ze zat in 1M4, ze had prachtige Wit-Russische ogen en lang, vlasblond haar. Deevid en ik hebben nog tot diep in de nacht gediscussieerd of haar ogen nu wel lichtgroen dan wel lichtblauw waren en rond drie uur hebben we beslist om haar artikel op te nemen.

‘Op voorwaarde dat we gratis kleurkopieën krijgen van je vader,’ zei ik.

‘Akkoord,’ zei Deevid, ‘maar dan komt míjn artikel over de XZTC er ook in!’

‘Akkoord,’ zei ik.

Het is een keiharde wereld, de wereld van het schoolkrantenbedrijf.


Tatiana Vandenberghe…

Wit-Rusland…

Klederdracht…


(O, gedachten van mij, waar gaan jullie naartoe?)



Tatiana


Twee weken later was onze krant gedrukt. 400 exemplaren in vierkleurendruk. Het zag er prachtig uit, al zeg ik het zelf. We hadden een standje op de speelplaats. We hadden een vlag en een spandoek. Een reclamespot op de schoolradio. Flyers in alle klassen. Speciale promotiecampagnes. Kortom, we hadden alles. Het kon niet fout gaan!

Op het einde van de dag hadden we drie kranten verkocht. DRIE!

Ik begreep het niet.

(Ik begrijp het nog altijd niet, trouwens!)


‘Misschien was hij net een tikje te duur, Sig,’ opperde Deevid. Maar daar was ik het dus totaal niet mee eens! Komaan zeg! 50 prachtige bladzijden, volledig in kleur en dat voor maar tien euro! Dat was toch een koopje! Nee, ik kon maar één besluit trekken. Al onze medeleerlingen waren gewoon ongeletterde barbaren, totaal ongevoelig voor wetenschap en cultuur.

En dan die reacties!

Kristof (met een vettige grijns): ‘Ja, als Tatiana Vandenberghe er nu in stond ZONDER Wit-Russische klederdracht, ha, ha!’

Bram (met een onnozele grijns): ‘Gandhi? Heet jullie hond niet zo? Ik lees geen artikels over dieren!’

Katia (met een misprijzende grijns): ‘Versnellingsbakken van brommers? Ik lees nog liever een artikel over de paus!’

Enzovoort, enzovoort.

Net toen we gingen inpakken kwam mevrouw God nog langs. Ze wilde wel een exemplaar van ons kopen, maar toen vroeg ze ons voor welk ‘goed doel’ we ons krantje verkochten.

Deevid begon iets te mompelen over vluchtelingenkampen in Afghanistan, maar ik ben tegen liegen en ik zei dus gewoon dat het voor onze cashflow was. Stiekem hoopte ik natuurlijk dat ze niet zou weten wat cashflow betekende, maar natuurlijk wist ze dat wel, de trut, en dus weigerde ze prompt nog iets te kopen. Terwijl ze vorige week nog drie (3!) zelfgebreide washandjes van die kwijlzakken van 1M3 gekocht heeft, zogezegd ten voordele van de Chinese reuzenpanda die met uitroeiing bedreigd wordt! Compleet belachelijk. Ten eerste wist ik zeker dat die eikels van 1M3 nog nooit een Chinese reuzenpanda van dichtbij hadden gezien en ten tweede zag ik niet in waarom een Chinese olifant belangrijker zou zijn dan onze cashflow! Wij moesten toch ook leven!

En dat was nog niet alles. De vader van Deevid was razend op ons omdat we ons niet aan de afspraak gehouden hadden. Hoezo, niet aan de afspraak? We zouden toch alle kopieën gratis krijgen? Maar nu vond hij 20 000 kleurenkopietjes ineens overdreven. Dat viel me lelijk tegen van iemand die een belangrijke rol speelde in de fundraising van zijn bedrijf. De ruitenwissers van zijn Jaguar kostten waarschijnlijk meer dan die paar onnozele kopietjes. Het was toch waar! Maar nu wilde Deevids vader dus met mijn moeder spreken over de onvoorziene overschrijding van het budget. Allemaal geldwolven en kapitalistische zwijnen, die grote bedrijven, zoveel was zeker.

In elk geval zag het er zeer slecht uit voor mijn cashflow (lees: zakgeld)!


Het enige lichtpunt in dit wel zeer droevige verhaal was Tatiana Vandenberghe, onze Wit-Russische sterjournaliste. Ze kreeg natuurlijk een gratis exemplaar vanwege haar bijdrage, maar ze kocht er nog DRIE bij! Voor haar moeder, haar tante en haar grootmoeder, want dat waren allemaal Wit-Russen natuurlijk, en die steunden allemaal de Wit-Russische cultuur! Wat een geweldig volk toch, die Wit-Russen. Tatiana en ik hebben na school nog urenlang gepraat. Ze heeft me onder andere een aantal razend interessante dingen verteld over de Wit-Russische eetcultuur in de 18e eeuw en ze luisterde vol aandacht naar mijn uiteenzetting over het verband tussen Gandhi, Bush en Sadam Hoessein. En haar ogen waren lichtgroen, nu wist ik het zeker.


Laat die avond besloot ik om toch nog een tijdje hoofdredacteur te blijven. Het was een keiharde job, maar het leverde je wel een hoop interessante contacten op.