Sigi


Flaptekst

Fragment
Sigi

Wie is Sigi?


Voluit heet hij Sigiswald Gregorius Fidel Vandebeek, maar daar kan hij zelf niks aan doen, dat is de schuld van zijn ouders die hem zo genoemd hebben. Hij is jarig op 14 juni (midden in de examens, jawel!), maar daar kan hij ook niks aan doen, dat is uiteraard ook de schuld van zijn ouders die hem in oktober gemaakt hebben.

Eigenlijk kan Sigi bijna nergens iets aan doen, en toch heeft hij bijna overal problemen mee.

Sigi heeft bijvoorbeeld problemen met Wieland (jongere broer), puistjes (groot en veel), zijn moeder (waarom toch? waarom?), zijn haar (kapsel! gel!), zijn klasgenoten (Deevid? David?), meisjes (sommige meisjes!), en met de school, natuurlijk (bijna altijd). Sigi heeft nogal veel problemen.

Dat is normaal voor iemand van zijn leeftijd, vindt zijn moeder. Maar Sigi vindt zijn moeder niet normaal. Alweer een probleem.

Sigi is dol op: wereldreizen, dagdromen, brede broeken, chocolade (paaseieren, Mars, Snickers – in die volgorde), héél straffe gel, Playstation II en sommige meisjes. Sommige.

Sigi haat: zijn broertje Wieland, broccoli, Céline Dion, sport, Gandhi (hond), mevrouw God (lerares godsdienst), de meeste meisjes, medisch onderzoek, blokjes, school (in ’t algemeen).


‘Hoe overleef ik dit alles?’ denkt Sigi dan. ‘Al die problemen?’


Soms zou Sigi zijn jeugd willen overslaan en snel volwassen worden, maar dat is ook geen oplossing, want de meeste volwassenen zeggen toch dat hun jeugd ‘de mooiste tijd van hun leven was’?

‘Dus is de volwassentijd nog véél erger!’ denkt Sigi dan in paniek. Alweer een probleem.